De Hongerige Waterwolf

De Hongerige Waterwolf

De Zuiderzee
De komst van de Romeinen in Nederland valt samen met de periode waarin zich, midden in Nederland, een groot meer vormt. De Romeinen noemen het meer Flevo Lacus. De lokale Friezen spreken over het Almere.

Vanaf de 8e eeuw opent dit meer zich naar de Noordzee. Boertjes van buuten gaan de bosveengebieden (lees: moerassen) rondom het meer ontginnen. Het land wordt ontwaterd, sloten worden gegraven, dijkjes met duikers aangelegd en de veenlaag schoon gebrand. Met mest maken de agrariërs de akkers vruchtbaar met rogge, gerst, vlas en haver als resultaat; de wat natter gebleven veenbodem vormt een mooi matrasje voor de koeien. Met het volop aanwezige riet worden de daken van huisjes gedekt.

Klinkt mooi zou je zeggen, maar vanaf dat moment begint de ellende. Het ontwaterde veen zakt naar beneden en is daardoor kwetsbaar voor de hongerige waterwolf die altijd op de loer ligt: het kalme meer is ondertussen veranderd in de onvoorspelbare Zuiderzee!

In de loop der tijd hebben diverse spelers in Kampen and beyond moeten laveren tussen land en water. Vanuit Kampen kun je mooie fietstochtjes maken naar deze unieke plekken.

Kampen
Zuiderzeestad Kampen kent maar al te goed de lusten maar ook de lasten van het water. Om de stad waterproof te maken bouwde men zo’n twintig jaar geleden een ingenieus waterkeringssysteem van schotbalken, hefschuiven en klepkeringen. Het mooie is dat de middeleeuwse stadsmuur er naadloos op aansluit. Brede sleuven in het wegdek markeren de plek van waaruit een damwand omhoog getakeld kan worden.

Stormvloedkering Ramspol
Het waterkeringsysteem in de binnenstad van Kampen is niet genoeg om het opstuwende water van het IJsselmeer, zoals de Zuiderzee na de aanleg van de Afsluitdijk is gaan heten, te beteugelen. In 2002 was Balgstuw Ramspol een feit, een unieke stormvloedkering. Het is de grootste opblaas ballon ter wereld die zich bij gevaar vult met 3.500.000 liter water en 3.500.000 liter lucht! Voorbij de Ramspol kom je in het nieuwe land: de Noordoostpolder die met zijn tulpenvelden in april en mei op zijn mooist is. Midden in de polder ligt onze Nederlandse Atlantis: Schokland.

Schokland
Schokland is in 1995, als eerste locatie in Nederland, benoemd tot Unesco Werelderfgoed. Een ontzettend fascinerende plek. Ik kom er graag als het er hard waait. Het lijkt dan net alsof je op een Waddeneiland bent: een eiland in de polder! Een eiland dat juist door de leegte, in zijn golvende landschap van terpen, poelen, rietkragen en inhammen, de rijkdom laat zien van ontelbare verhalen: van de pre-historische Swiftebanders tot de stugge havenmeester Jan Spit en zijn joviale collega Harmen Smit.

Waterloopbos
Praktisch naast Schokland bevindt zich een ander unieke cultuurhistorische locatie midden in de natuur: Rijksmonument Waterloopbos, vlakbij het pittoreske Zuiderzeestadje Vollenhove. Onderzoekers van het Waterloopkundig Laboratorium testten hier van 1952 tot en met 1995 met behulp van levensgrote modellen hoe water zich zou gaan gedragen. Zonder deze testresulaten geen Deltawerken! Nu is dit terrein opengesteld voor het publiek en liggen de modellen erbij als romantische ruïnes in een waterrijk bos. Gemarkeerde wandelingen en info-bordjes helpen je verbeelding een handje in deze surrealistische wereld.

Kampereiland & Mastenbroeker polder
Een mooie route om terug te fietsen vanuit Vollenhove naar Kampen is via het pontje van Genemuiden. Voordat je aankomt in Kampen passeer je de polders Mastenbroek en het Kampereiland.

De naam Mastenbroek is ontleend aan het ‘masten’ (weiden) van vee op een ontwaterde ‘broek’ (moeras). Deze Grand Old Lady van de polders is ruim 600 jaar  oud. Oud maar toen al heel modern aangelegd als één groot schaakbord van percelen en weteringen; een mooi voorbeeld van Dutch Design. Dit landschap is altijd zo gebleven. Je kunt hier genieten van het eindeloze vlakke land en de Dutch Mountains: prachtige wolkenpartijen.

De omliggende Kamperzeedijk moest de Mastenbroek beschermen. Gezien het kronkelende verloop en de kolken aan weerszijden is dat niet altijd gelukt: het zijn de zichtbare sporen van dijkdoorbraken. Aan de dijk ligt één van de oudste stoomgemalen van Nederland: Rijksmonument d’Olde Mesiene uit 1856, die nog steeds door vrijwilligers zo nu en dan op stoom wordt gebracht.

Aan de andere kant van de Kamperzeedijk ligt het Kampereiland. Het Kampereiland stond, tot aan de voltooiing van de Afsluitdijk, in een open verbinding met de Zuiderzee. Dit vruchtbare polderlandschap is gevormd door aanslibbing van klei. De zee gaf echter niet alleen, maar nam ook. Berucht was de watersnoodramp van 1825 die de boeken is ingegaan als de grootste ramp die dit gebied heeft getroffen: stad en land liepen onder water en de drie dagen durende storm kostte aan 380 mensen, 725 paarden, 16.700 stuks rundvee en 7.000 schapen het leven.

Laten we hopen dat we voorlopig in rustiger vaarwater zijn beland. Maar je weet het nooit…de hongerige waterwolf ligt altijd op de loer!

Galerij

Tekst en foto’s: Reinier de Wit

Tips

Share Button